maandag 15 januari 2018

Margareta Magnusson - Opruimen voor je doodgaat

Gechoqueerd door de titel van dit boekje? Dat is nergens voor nodig. Met de nodige humor en veel praktisch inzicht beschrijft Margareta Magnusson hoe je je op een goede manier kunt voorbereiden op het onvermijdelijke: door bijtijds te beginnen met opruimen van alles wat je een leven lang verzameld hebt, om te voorkomen dat je je nabestaanden opzadelt met een taak waar ze geen weg mee weten en vaak ook geen tijd voor hebben. Maar ook om achteraf te inventariseren wat echt belangrijk was in  je leven. Zelf is ze nu "tussen de 80 en 100", maar beginnen rond je 65ste is het meest ideaal, stelt ze. Je hebt dan (hopelijk) nog voldoende tijd om het traject langzaam en heel bewust te doorlopen.


Door de overweldigende hoeveelheid spullen die de huidige generaties zich kunnen veroorloven en dus ook aanschaffen is er een nieuwe beroepsgroep ontstaan: opruimcoaches en in het kielzog daarvan kennen we inmiddels ook opruimgoeroes, zoals Marie Kondo. Ieder van hen heeft haar eigen overtuigingen, aanpak en werkwijze. Er is zelfs een heuse opleiding voor!

Pas toen ik het boekje van Margareta Magnusson las, begreep ik dat er geen algemeen geldige regels te geven zijn voor de manier waarop mensen zouden moeten "ontspullen", zoals het tegenwoordig heet. Het is niet alleen een kwestie van verschil van karakter dat de een zweert bij de Japanse Marie Kondo en de ander bij één van de vele opruimcoaches die ons land telt. Wat vergeten wordt bij de algemene opruimadviezen zijn de generatieverschillen. 

Net als de schrijfster heb ik inmiddels meegeholpen met het opruimen van de spullen van mijn grootouders, schoonouders en ouders. Zij waren van de generatie die zuinig was op hun spullen en er duurzaam mee omging en van alles bewaarde, omdat het misschien ooit nog eens van pas kwam. Er was dus heel wat uit te zoeken voor ons en te bepalen wat er mee moest gebeuren. Ook ontstond er gemakkelijk verschil van mening over wat er met bepaalde zaken moest gebeuren. En dan de foto's, boeken, papieren en persoonlijke zaken: allemaal dingen die zorgvuldig uitgezocht moesten worden. Ik ben er nog steeds niet klaar mee... Daar wil ik dus mijn kinderen niet mee opzadelen.

Ook ik weet niet waar te beginnen, maar aan de adviezen van de huidige generatie opruimcoaches heb ik niets. Ik heb geen overvolle kledingkast, mijn keukeninventaris is praktisch en beperkt. Het aantal prulletjes valt ontzettend mee, speelgoed is er net genoeg om de kleinkinderen een dagje zoet te houden, net als een aantal bordspelletjes en puzzels. Waar ik veel te veel van heb is van papier: boeken, tijdschriftjaargangen, wandelkaarten, toeristische informatie, administratie, foto's, brieven, dagboeken, ansichtkaarten en postzegels. Voor de suikerzakjes heb ik inmiddels een goede bestemming gevonden.

Maar nu heb ik een generatiegenoot gevonden die me de hand reikt en op een nuchtere manier de weg wijst in de chaos die me verlamt. Eén aspect uit haar boekje kwam ik nog nergens tegen: neem er de tijd voor: het hoeft niet snel, laat je niet opjagen, maar ga wel door. Als ik mijn troep overzie, dan zou ik er snel vanaf willen, zien dat ik vorderingen maak, maar ik weet ook dat dat een illusie is. Op deze leeftijd neem je namelijk niet alleen afscheid van willekeurige, overbodige spullen, maar ook van het leven dat achter je ligt. Langzaam opruimen helpt je dat te overzien en er vrede mee te hebben, dat het onvermijdelijke eraan zit te komen. Dat is niet triest of iets om somber over te zijn, het is eigenlijk een stoïcijns standpunt. Echt genieten van de tijd die je nog gegeven is, kan alleen als je beseft dat die nu echt bijna op is. En als je dan door je spullen gaat, weggeeft wat anderen graag ontvangen, pijnlijke herinneringen afsluit, fijne omarmt en zorgt dat je kinderen niet teveel werk hebben aan het opruimen van de rest of ruzie krijgen over de nalatenschap, dan kun je in alle rust genieten van je laatste levensjaren. Dat is toch mooi?

Margareta Magnusson - Opruimen voor je doodgaat: De edele Zweedse kunst van döstädning. Vert. door Nico Groen. Amsterdam, De Bezige Bij, 2017. Geb., 144 pg., ISBN:978-90-234-5079-5.

© Jannie Trouwborst, januari 2018

vrijdag 29 december 2017

Een terugblik en vooruit kijken

Ik heb al heel wat mooie en uitgebreide jaaroverzichten voorbij zien komen. Ik zal het sober houden. Veel meer dan de boeken die je op mijn blog kunt vinden, las ik niet. Wel was ik graag bezig met #WOT (KLIK HIER) en #SG (KLIK HIER) : verhaaltjes over respectievelijk willekeurige woorden en over spreekwoorden en gezegden. Daarnaast schreef ik af en toe op mijn Wandelblog (KLIK HIER). En beantwoordde ik op dit Boekenblog ook de vragen over lezen en boeken via #50books (KLIK HIER).

De terugblik

Wat is er terecht gekomen van de plannen die ik vorig jaar aankondigde in het laatste blog van 2017? Het is nogal een teleurstelling geworden en daar heb ik een heel dubbel gevoel over, ook al heb ik mezelf weinig te verwijten. Dat moet dus anders het komende jaar.

Zo nam ik me voor de aandacht voor mijn vele hobby's over vier kwartalen te verdelen en de focus elk kwartaal bij een andere bezigheid te leggen. Een hele praktische en werkbare manier, leek me. Voor het eerste kwartaal was dat lezen en schrijven: boekrecensies en daarnaast stukjes voor de Spreekwoordenrubriek van CARL, WriteOnThursday van MARTHA en de #50books vraag, ook van MARTHA. Zeker wat dat eerste kwartaal betreft, kan ik zeggen dat het lukte en dat ik er plezier in had.

In het tweede kwartaal lag de focus meer op fotograferen en wandelen. Hoewel ik vooraf ook stelde niet van challenges te houden, liet ik me toch verleiden te proberen dit jaar 1000 km bij elkaar te wandelen. Dat is zo'n 20 km per week: het zou voor ons geen probleem moeten zijn. In het tweede kwartaal ging dat redelijk goed en wie wandelt fotografeert, dus ook daar zijn we mee aan de slag geweest.

Voor de overige kwartalen wilde ik dus de focus weer verleggen, maar naar wat, wanneer en hoe? Daar bestonden vooraf nog geen vaste plannen voor. Ik kan alleen achteraf concluderen dat lezen en schrijven een groot deel van het jaar een rol zijn blijven spelen. In elk geval wat betreft de recensies. Na het derde kwartaal ben ik met de extra schrijfoefeningen gestopt. Soms word je er nu eenmaal mee geconfronteerd, dat plannen maken nog niet wil zeggen dat je ook zonder problemen de kans krijgt ze uit te voeren.

Ook de 1000 km wandelen zouden we niet halen. Gezondheid is nu eenmaal een onzekere factor in elke planning. Door allerlei vervelende omstandigheden in het laatste half jaar zijn we nu uiteindelijk in de buurt van de 900 km gestrand. Van fotograferen kwam ook weinig meer, de zin erin ontbrak. Hetzelfde gold voor mijn andere hobby's. Lezen en schrijven bleven over, al was het soms moeilijk mezelf te dwingen tot het schrijven van een recensie. Maar eenmaal bezig gaf het een hoop welkome afleiding.
Juist de afleiding die ik zo goed kon gebruiken vond ik ook via 750words.com. Een site waarop NIEK mij attent maakte. Elke dag een stukje schrijven van minstens 750 woorden over zaken die je bezighouden: ik houd het nu al 170 dagen vol en heb er al veel profijt van gehad.

Veel moois las ik, kiezen is moeilijk. Maar wonend in Zeeland en met de komende herdenking van de Watersnoodramp op 1 februari alweer in gedachten, kies ik voor Het ruisen van de zee van Catharina IJzelenberg, waarin de onzichtbare gevolgen voor wie de Ramp overleefde in een bijzonder verhaal prachtig verwoord worden.

Vooruit kijken

Durf ik het nog aan, een planning te maken? Ach waarom ook niet? Als ik er maar rekening mee houd dat een planning geen dictaat is en geen garanties biedt. Een leidraad zou een beter woord zijn. We gaan weer streven naar 1000 km wandelplezier het komende jaar. Ik weet namelijk zeker dat die 900 km van dit jaar niet gehaald zouden zijn zonder die 1000 km ergens in mijn achterhoofd.
Ik blijf ook lezen en recensies schrijven, maar ga niet vooraf de aantallen bepalen. Een boek per week zou leuk zijn, maar als dat niet lukt, is het ook goed. En de andere hobby's? We zien wel.

Na de enthousiaste verhalen van onder andere ANNELIES van Boekboetiek over Bullet Journals heb ik me erin verdiept of dat wat voor mij zou kunnen zijn. En dan bedoel ik niet de prachtige boekwerken met fraaie letters en tekeningen die ik op YouTube bijvoorbeeld voorbij zie komen. Maar een hele simpele vorm: wel een mooi boekje om in te werken, maar verder alles zo indelen dat het bij me past en ik erin kwijt kan wat ik belangrijk vind. Zowel op het gebied van wensen als van taken. Het verzamelen van quotes en het bijhouden van vorderingen op het gebied van gedragsveranderingen. De films die ik wil zien, de steden die ik wil bezoeken, de boeken die ik wil lezen, maar ook opruimschema's voor het opschonen van mijn e-mailarchief bijvoorbeeld. En wat me verder nog te binnen gaat schieten. Ook daar steeds: een leidraad en geen dwingende taakopdracht of bucketlist. 

Verder heb ik voor het komende jaar maar één voornemen: meer Vlaamse boeken lezen. Het is bedroevend hoe weinig aandacht die krijgen in Nederland, terwijl het toch echt geen tweederangs literatuur genoemd mag worden.

En verder laat ik het allemaal maar op me afkomen. Overal het beste van proberen te maken, genieten van elke nieuwe dag. Open staan voor leuke verrassingen en tegenslagen accepteren, die horen er nu eenmaal ook bij. Maar vooral niet bij de pakken neer zitten.

De eerste verrassing heeft zich al aangekondigd: in de eerste week van januari mogen mijn twee jongste kleindochters samen met hun opa een rolletje spelen in de musical in het Eftelingtheater. Ze zijn door dolle heen! Een beter begin van alweer een nieuw jaar kun je je toch niet wensen?

Al mijn trouwe lezers: een fijn uiteinde en een goed en gezond 2018 toegewenst!

© Jannie Trouwborst, december 2017.

maandag 18 december 2017

Louis van Dievel - De laatste ronde

Op 7 oktober 2017 werd in Utrecht het Tweejaarlijks congres van Onze Taal gehouden, onder de titel: Met andere woorden. Een van de sprekers was Ann de Craemer: een Vlaamse schrijfster van romans en columniste van De Morgen en Onze Taal. We kennen haar inmiddels als een voorvechtster van het Vlaams-Nederlands en het gebruik van klare taal taal in bijvoorbeeld ambtelijke stukken. In haar bijdrage schets ze hoe in het onderwijs in Vlaanderen omgegaan wordt met normale Vlaamse woorden: ze zijn FOUT! Kinderen moeten leren dat hun spreektaal minder waard is dan het officiële Noord-Nederlands, zoals Ann de Craemer het noemt. Zo heb je geen nonkel, maar een oom. "Als niemand in Vlaanderen 'oom' zegt, waarom zouden wij dat dan moeten doen - alleen omdat de Nederlanders dat deden?" vraagt ze zich al jong af. Maar er volgen meer teleurstellingen, te beginnen op de universiteit. "Professoren dweepten met Nederland, dat ze als een gidsland zagen, ook op taalkundig vlak." Als ze elf jaar later haar eerste roman publiceert, is de maat vol: de Nederlandse corrector wil haar taal ontdoen van Vlaamse woorden: zetel moet fauteuil worden, zot in zijn kop: tureluurs. Ze weigert zich erbij neer te leggen. "Uiteraard streef ik ernaar mijn boeken in een voor iedereen zo begrijpelijk mogelijk Standaardnederlands te schrijven. Maar als ik de keuze moet maken tussen de Noord-Nederlandse taalnorm en authenticiteit, dan kies ik voor dat laatste.".

Gelukkig is er inmiddels een kentering gaande. Zo kwam De Standaard in 2015 met "Het gele boekje". De titel luidt: Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn? Met daarin 1000 Belgisch-Nederlandse woorden. Nonkel hoort er nog steeds niet bij, maar kleed in plaats van jurk kan wel.
Maar een roman is geen krant en om bij de authenticiteit van Ann de Craemer te blijven: het is toch volkomen vanzelfsprekend dat een eenvoudige Vlaamse hoofdpersoon geen Standaardnederlands spreekt? Ze noemt het werk van Dimitri Verhulst en Griet Op de Beeck als voorbeeld: gelardeerd met Vlaamse woorden en ge's en gij's. Er is geen Nederlander die zich daar blijkbaar aan stoort, gezien het succes dat ze hebben met hun Vlaamse romans. Ze gaat zelfs een stap verder en stelt dat het Noord-Nederlands en het Vlaams-Nederlands elkaar kunnen verrijken.
Ik mag graag Vlaamse auteurs lezen en betrap mezelf er inderdaad weleens op dat ik Vlaamse woorden of uitdrukkingen overneem. Soms geeft zo'n woord beter weer wat ik bedoel, soms is het een veel beter woord dan het Engelse of Franse dat nu gebruikt wordt in Nederland. Mijn indruk is, dat er steeds meer Vlaamse woorden opduiken in de Noord-Nederlandse spreektaal. Maar allez, het zou hier over De laatste ronde gaan!

Tot de Vlaamse auteurs die gaan voor authenticiteit hoort ook Louis van Dievel. Eerder las ik van hem Landlopers blues (KLIK HIER). Een roman over de landlopers die begraven liggen op het kerkhof van de bedelaarskolonie van Merksplas. Daar schreef ik al: "Van Dievel maakt op natuurlijke wijze gebruik van Vlaamse woorden en uitdrukkingen, dat leest prettig. Een Vlaamse zwerver spreekt nu eenmaal geen ABN. En de context lost een enkele onduidelijkheid wel op." Datzelfde geldt voor De laatste ronde.

Hoofdpersoon is Ludo Verheyen: facteur (postbode) bij de Belgische Post. Na 42 jaar trouwe dienst is hij bezig met zijn laatste week vòòr zijn pensioen. In die week moet hij twee jonge meiden inwerken die het werk van hem over zullen nemen. Ludo vertelt ons in een terugblik hoe die laatste week verliep. Tussen de gebeurtenissen door leren we hem kennen: zijn verleden en zijn huidige omstandigheden, zijn verdriet en zijn onmacht. Van Dievel weeft het allemaal geraffineerd door elkaar. Ludo vertelt steeds net te weinig om het plaatje voor ons compleet te maken.
Het begint vrij luchtig en met een zekere humor, als hij de meisjes mee moet nemen op zijn ronde, maar al vrij snel wordt duidelijk dat er in zijn leven dingen gebeurd zijn die diep ingegrepen hebben. Een van de meisjes haakt al snel af, met de andere, Cheyenne, bouwt hij een goede band op. Ook uit de verhalen die hij met haar deelt, wordt het een en ander duidelijk. Dat hij op jonge leeftijd zijn vriend Leon verloor, die onder vreemde omstandigheden onder een trein terecht gekomen is. Vlak voor de dag waarop zij tegelijkertijd zouden trouwen: Ludo met Marije en Leon met haar zus Veerle. Veerle treurt nog lang om haar verloren liefde. Ludo en Marije zijn lange tijd gelukkig. Toch zit Marije nu al jaren in een inrichting. Ludo bezoekt haar trouw, maar het gaat steeds slechter met haar. Het moet iets te maken hebben met de vermissing van hun dochter Karen, komen we te weten. Maar wat is er dan gebeurd?

Langzaam maar zeker komt de dag van zijn pensioen dichterbij. Zijn laatste ronde moet hij zonder zijn opvolgster Cheyenne doen. Het wordt laat: "Waar zijt ge blijven plakken, facteur?" vraagt men hem. Een alarmerend telefoontje van schoonzus Veerle heeft eerder die dag een nikkel bij hem doen vallen en ook bij de lezer begint het te dagen hoe de zaken in elkaar steken. Nochtans wordt de overrompelende afloop pas op de laatste bladzijden echt duidelijk.

Vòòr die dag hebben we de facteur echter allang in ons hart gesloten. De kroniek van een mensenleven op een dood spoor, zegt de achterflap, vol compassie beschreven. Ik kan het niet beter verwoorden. 

Er zijn genoeg Vlaamse schrijvers die niet de aandacht krijgen die ze verdienen, omdat ze op de een of andere manier niet door kunnen dringen tot de Nederlandse boekhandels en schrijvende pers. En dat is jammer, want er valt nog zoveel moois te ontdekken in Vlaanderen. Dit is slechts één van hen.

Louis van Dievel - De laatste ronde. Antwerpen, Vrijdag, 2017. Pb., 222 pg. ISBN:978-94-6001-584-7. 

© Jannie Trouwborst, december 2017.

zondag 10 december 2017

Roelof Bouwman en Henk Steenhuis - Wij van de HBS

Wij van de HBS heeft een ondertitel gekregen waar ik als ervaringsdeskundige volledig achter kan staan: Terug naar de beste school van Nederland. Niet alleen omdat ik mijn 5-jarige HBS-b opleiding op de Rijks HBS in Amersfoort heb mogen genieten, maar ook omdat ik in de loop der jaren via mijn kinderen en kleindochters heb kunnen zien hoe alles anders moest en niet bepaald beter werd. Maar ik zal ook de eerste zijn om toe te geven dat er ongetwijfeld sentimenten meespelen die maken dat ik niet geheel onbevooroordeeld over dit boek zal kunnen oordelen.
Natuurlijk moeten er wetenschappelijke eisen gesteld worden aan de informatie die gepresenteerd wordt over deze specifieke onderwijsvorm en aan de bewijzen die aangedragen worden over de kwaliteit van deze opleiding in vergelijking met andere vormen van voortgezet onderwijs. Maar minstens zo belangrijk is de leesbaarheid voor de geïnteresseerde leek of de oud-HBS'er die herinneringen wil ophalen. Aan beide voorwaarden is ruimschoots voldaan door de inbreng van de historicus Roelof Bouwman en de journalist Henk Steenhuis.


In het eerste hoofdstuk - Thorbecke heeft een plan (1863-1940): Van idee tot instituut maken we kennis met de staatsman Johan Rudolph Thorbecke en zijn overtuigingen en lezen we over de historische achtergronden die meespeelden bij het realiseren van deze nieuwe schoolvorm. Na een aarzelend begin bloeit de HBS op en maakt de verwachtingen van Thorbecke ruimschoots waar. Desondanks zal blijken dat de hogere burgerschool in 1940 zijn langste tijd gehad heeft.

In de hoofdstukken die volgen is er aandacht voor een breed scala aan onderwerpen. De Nobelprijswinnaars komen in beeld. Er is een voorbeeld van de examenopgaven uit 1963 en voor wie ze nog eens proberen wil, staan de antwoorden achterin het boek. De architectuur van de meestal monumentale gebouwen komt aan bod en hun huidige functie. De bewogen oorlogstijd, met bombardementen, de Jodenvervolging, opeisen van de gebouwen en ander onheil kon niet onbesproken blijven. In hoofdstuk 6 wordt een beeld gegeven van het extreem hoge niveau van de leraren, waarmee de kloof met de huidige praktijk van onbevoegde leraren door een tekort aan bekwaamd personeel wel heel pijnlijk duidelijk wordt. Dan is er nog een hoofdstuk met herinneringen van talloze bekende Nederlanders, gevonden in interviews of in hun geschriften. Hoofdstukken over de HBS in de literatuur en in Nederlands-Indië maken het beeld compleet.

In hoofdstuk 10 - Als jullie mij een lul vinden, moeten jullie het eerlijk zeggen: In de jaren zestig werd alles anders schetsen de auteurs de veranderende tijdsgeest in Nederland. Die is er mede de oorzaak van dat er een stevige bodem gelegd wordt onder de Mammoetwet, met als resultaat de uiteindelijke opheffing van de HBS. Niet alleen in naam, maar ook als onderwijsvorm.

Hoe dat kon gebeuren vatten de auteurs samen in hoofdstuk (12) - Van Instituut tot doelwit (1945-1968), Willem van Oranje in 1600-zoveel bij Dokkum vermoord. De Tweede Wereldoorlog heeft zijn sporen nagelaten in de maatschappij. Bij de naoorlogse kabinetten ontstaat een sfeer van Alles moet anders. Het burgerlijke, 19de eeuwse instituut van de Rijks HBS wordt daar één van de slachtoffers van. In dit hoofdstuk staan behalve de historische feiten die leiden tot de Mammoetwet en de vervanging van de HBS door andere schooltypen, ook vergelijkingen betreffende de kwaliteit van het onderwijs en de gevolgen die de verarming van de inhoud en het niveau van de huidige opleidingen voor onze maatschappij, maar ook voor de individuele leerling hebben.

De historische achtergrondverhalen zijn verhelderend, maar daarnaast heeft het boek nog meer te bieden. Ten eerste staat er na elk hoofdstuk een foto met interview van een bekende Nederlander die op de HBS zat. Leuk om te lezen, zeker als je weet wat er uiteindelijk van ze geworden is. Net als hun herkenbare opmerkingen over schoolfeesten of de houding van leraren en de hoeveelheid huiswerk.
Daarnaast vinden we in hoofdstuk 11 een Hall of fame: bekende HBS'ers op een rij. Vier dicht bedrukte pagina's met tientallen bekende namen, die een verholen gevoel van trots oproepen. Schrijvers, politici, kunstenaars, geleerden. Toch is het even slikken als er ook een naam tussen staat, die je liever niet gezien had: Mussert, Anton, ingenieur, leider NSB. 
En in het laatste hoofdstuk (13) staat een overzicht van alle scholen in 1967, kort voor de officiële opheffing van het instituut.

Het kan haast niet anders dan dat dit voor elke oud-HBS'er een heerlijk boek is om te lezen. De inhoud is interessant en bevat naast feiten ook herkenbare herinneringen en amusante anekdoten. De schrijfstijl is helder en maakt het boek vlot leesbaar. Ook aan de vormgeving is de nodige aandacht besteed. De vele zwart-wit foto's zijn een geslaagde aanvulling. Al speelt voor mij ook hier misschien een beetje vooringenomenheid mee: op de omslag staat een schoolfoto van de Rijks HBS in Amersfoort, met helemaal rechts onze directeur de heer Govers en links onze aardrijkskundeleraar de heer van Driel. De leerlingen ken ik  niet: ik kreeg een paar jaar eerder mijn diploma.

Roelof Bouwman en Henk Steenhuis - Wij van de HBS, terug naar de beste school van Nederland. Amsterdam, Meulenhoff, 2017. Geb., 271 pg., zwart-wit foto's, lit. opg. ISBN: 978-90-290-9131-2.

© Jannie Trouwborst, december 2017.


donderdag 23 november 2017

Rudi Hermans - De man van Marie

"De man van Marie staat om halfacht op. Hij hoeft geen wekker te zetten, elke dag is hij voor dat uur wakker. Toch blijft hij liggen tot het zijn tijd is. Oude gewoontes, ze houden zijn leven op orde. Hij kust Marie op haar schouder. Kil voelt die aan. Hij trekt haar dekbed hoger en slaat het zijne terug. Zijn vrouw is geen ochtend mens. Laat haar maar slapen, zo heeft hij het huis nog even voor zich alleen. Hij knipt het nachttafellampje niet aan, door een kier in de overgordijnen dringt al daglicht binnen."

Hoe de man van Marie heet, zullen we niet te weten komen. Opgesloten in zijn hoofd, zien we alleen wat zijn ogen zien en worden we geconfronteerd met zijn gevoelens en overwegingen. Zijn gedachten vliegen heen en weer tussen nu en vroeger. Het resulteert in een beklemmend verhaal.

Al vrij snel is hem duidelijk dat Marie in haar slaap is overleden. Het brengt de oude man uit zijn evenwicht. Hij weet niet goed wat te doen, probeert nog maar even vast te houden aan zijn vaste gewoontes en zijn aangeleerde gedrag: zorgen dat hij Marie niet boos maakt. Haar vernietigende blikken kan hij niet goed verdragen. Langzaam dringt het tot hem door dat hij niet meer zo krampachtig hoeft te leven: ze kan het immers allemaal niet meer zien en zal hem niet meer kleineren.
Opluchting en verdriet voeren een bittere strijd in zijn hoofd. Ooit waren ze een gelukkig paar, hij herinnert zich die tijd maar al te goed en verlangt er terug naar. Maar toen maakte hij een onvergeeflijke fout. Hij heeft er zo'n spijt en verdriet van. Marie heeft het hem nooit vergeven en zich voorgoed van hem afgekeerd. Niets kon hij nog doen om het goed te maken. Voor ons als lezers blijft het tot de laatste bladzijde onduidelijk wat dat geweest is. 

Spannend en beklemmend is het verhaal, maar het is meer dan dat. Het is zorgvuldig opgebouwd. Steeds een tipje van de sluier, steeds een kleine verwijzing naar wat de verwijdering tussen de man en Marie veroorzaakt kan hebben. Langzaam begint het tot de lezer door te dringen. En ook al klopt het vermoeden van wat er aan de hand was, het slotakkoord komt hard aan.
 
De novelle is het zonder meer waard om nogmaals gelezen te worden. Allereerst om te ontdekken hoe geraffineerd de aanwijzingen in het verhaal gedoseerd zijn. Hoe kennelijk losse gedachten (over bijvoorbeeld nestelende koolmeesjes in de tuin) allemaal te maken hebben met het hoofdthema. Maar daarnaast ook om volop te kunnen genieten van het prachtige taalgebruik. Een helder Nederlands, met een geweldige ritmiek. En vol klankrijm en alliteraties: schoonheid in de droefheid, een bijzondere combinatie die de beklemming af en toe wat verlicht.

Rudi Hermans (°1953) was literair recensent voor Het Belang van Limburg en redacteur bij het literaire tijdschrift Appel. Hij debuteerde in 1983 met de korte autobiografische roman Duizend dagen regen. Naast novellen en romans voor volwassenen publiceerde hij ook jeugdboeken, waaronder Thuiskomen en Uitgedaagd. Met de bundel Stuk Geluk debuteerde hij in 2005 als dichter. Rudi Hermans wordt geprezen voor de ambachtelijke liefde waarmee hij het Nederlands naar zijn hand zet, en voor de eerlijkheid waarmee hij, boek na boek, terugkeert naar dat vreemde en complexe fenomeen: familie.

Rudi Hermans - De man van Marie. Antwerpen, Manteau, 2017. Pb., 114 pg., ISBN: 978-90-223-3433-1.

© Jannie Trouwborst, november 2017.

zaterdag 11 november 2017

Thijs Feuth - Achter de rug van God, een vreemdeling in Lapland

Thijs Feuth leert zijn vriendin Laura kennen tijdens een hardloopwedstrijd in Kenia. Er is meteen een klik tussen hen. Ze blijken meer gemeen te hebben dan het talent voor hardlopen: ze studeren beiden geneeskunde. Thijs in Nederland en Laura in Finland. Thijs, die zich al heel lang niet meer thuis voelt in Nederland, besluit bij Laura in Finland te gaan wonen en doet verwoede pogingen Fins te leren. In de afrondende fase van hun studie kiezen ze voor een stageperiode van 9 maanden in Lapland. Ze gaan er werken in een gezondheidscentrum in het afgelegen dorpje Posio.


Ik was erg benieuwd naar hoe het een Nederlander vergaat in een voor hem wezensvreemd land met een moeilijke taal. Ook naar het leven van dorpsbewoners in een van de noordelijkste en meest geïsoleerde delen van Finland was ik nieuwsgierig. Net als naar de natuur en zijn beleving van de seizoenen. Het komt allemaal ter sprake in dit autobiografische boek. Maar er is nog meer, veel meer, dat Thijs met zijn lezers wil delen. En daar gaat het mijns inziens een beetje mis.

Afwisselend maakt Thijs de lezer deelgenoot van zijn beleving van de natuur en de seizoenen in Lapland, van het reilen en zeilen in het gezondheidscentrum, van de problemen van de vooral oudere mensen die er komen, van zijn hardloop- en langlaufavonturen, van de ontwikkelingen in zijn verhouding met Laura, van zijn jeugdliefdes en puberproblemen. Daarnaast komen nog aan de beurt: de Finse mythologie en zijn pogingen via het schrijven te ontdekken hoe een goed leven er voor hem uit zou kunnen zien en of hij in staat is daar de juiste beslissingen over te nemen.

Het zal voor elke lezer anders zijn. Ik heb niets met hardlopen, maar ik vond het wel heel interessant een keer een uitgebreid verslag te lezen van de inspanningen en ontberingen, tactiek en vechtlust en de pijn die bij een marathon horen. Ook de ervaringen over hardlopen en langlaufen in de extreme kou en pakken sneeuw zijn het lezen waard. Zeker als ze geregeld vergezeld gaan van rake natuurbeschrijvingen. Maar de sportbelevenissen kwamen een beetje te vaak terug, zeker voor de marathons uit het verleden verloor ik al snel mijn interesse. Ook alle verhalen over de pubertijd en jeugdliefdes waren wat te uitgebreid naar mijn zin. Misschien was het schrijven daarover therapeutisch voor hemzelf, maar voor de lezer is het op een bepaald moment wel genoeg. Waar ik wel graag meer over gelezen had, was over zijn ervaringen met de Vrije School en het antroposofisch gedachtegoed. Hij gaat daar nogal over te keer, zonder dat de invloed daarvan op zijn levensloop duidelijk wordt. Misschien iets om in een volgend boek, als roman, uit te werken?

Naast de weergaloze natuurbeschrijvingen was het (voor mij) interessant te lezen over de Kalevala, het Finse nationale epos. Het werk werd samengesteld door de folklorist en arts Elias Lönnrot op basis van mondeling overgeleverde volkspoëzie. De eerste versie dateert uit 1835, de uiteindelijke uit 1849. Het epos is de hoeksteen van de Finse nationale identiteit. Het had invloed op tal van Finse kunstenaars, maar het is dankzij vertalingen in ruim vijftig talen ook buiten Finland bekend geworden. Met enige regelmaat brengt Thijs Feuth het ter sprake en gaat hij in op het ontstaan ervan. Achter in het boek staat een samenvatting van het verhaal en een opsomming van de hoofdpersonen. Soms betrekt hij het verhaal bij ontwikkelingen in zijn eigen leven. 

De gebeurtenissen in de rest van de wereld gaan aan Posio voorbij. Maar niet aan Thijs. Geschokt door de aanslag in Parijs op Charlie Hebdo gaat hij die avond naar het grote plein, om er net als elders in de wereld te protesteren. Hij is aanvankelijk verbijsterd dat hij de enige blijkt te zijn. Maar zo is het hier: er kunnen honderden bootvluchtelingen verdrinken, er kunnen nog meer mensen omkomen bij volgende aanslagen, Posio ligt achter de rug van God en heeft zijn eigen problemen op te lossen. Zoals het vertrek van jongeren en veraf gelegen voorzieningen, ouderdomskwalen als dementie en alcoholverslaving. Van extreme kou tijdens lange en donkere winters en korte zomers met nauwelijks duisternis, maar ook met een heldere sterrenhemel, het betoverende noorderlicht en een overweldigende natuur. 

Thijs Feuth weet dat hij hier wil blijven. Hij is verknocht aan het indrukwekkende landschap, leeft op in de rust en ruimte die hem omringt in plaatsen als deze. Maar Laura vindt het te stil, te ver, te afgelegen. Eigenlijk is dat de spanningsboog in dit boek: zullen ze samen blijven? Weet Thijs eindelijk wie hij is en wat hij wil? Durft hij een van de belangrijkste beslissingen van zijn leven te nemen? Doet Laura water bij de wijn of wil ze toch liever in de grote stad wonen en werken?

Al had het wat mij betreft allemaal best wat korter gemogen, ik heb toch wel genoten van dit boek. Lezen over de bewoners van Posio, de wisseling van de seizoenen, de beeldende beschrijvingen van de natuur, de geschiedenis van de Kalevala en de worsteling van Thijs en Laura: allemaal de moeite waard. En wie van marathonlopen houdt heeft nog een extra reden om dit boek te lezen. Smaken verschillen nu eenmaal.

Ik vraag me wel eens af of het ooit zal wennen, of de bewondering voor besneeuwde landschappen afneemt naarmate je langer in Lapland woont. Vanochtend, bij de ronde over de afdeling, wees een vrouw die al meer dan negentig winters in Posio heeft meegemaakt uit het raam naar de diamanten berkentakken, die fonkelden in de morgenzon. "Moet je zien", zei ze, "wat een pracht!" Die dag weigerde ze de pijnstillers die ik haar had voorgeschreven vanwege haar gebroken heup.

Thijs Feuth (Nijmegen, 1981) is schrijver en arts en marathonloper. Hij studeerde geneeskunde in Amsterdam, promoveerde in Utrecht en werkt als arts in Finland. Zijn debuutroman Zwarte ogen verscheen in oktober 2015 bij De Arbeiderspers.

Thijs Feuth - Achter de rug van God, een vreemdeling in Lapland. Amsterdam, Arbeiderspers, 2017.  Pb., 269 pg., krt. isbn:978-90-295-1075-2.

© Jannie Trouwborst, november 2017.

donderdag 2 november 2017

Corine Kisling - De Engelenbak

Pogingen iets van het leven te maken, het dagboek van Hendrik Groen, heb ik niet gelezen. Het eerste hoofdstuk werd aangeboden als voorproefje en sprak me totaal niet aan. Toen het eenmaal een bestseller was geworden en iedereen het "hilarisch" vond, wist ik zeker, dat het niets voor mij was. Intussen is het zo'n succes geworden dat er een tv-serie van gemaakt is. Daarvan heb ik inmiddels twee afleveringen gezien en die zijn me wel goed bevallen. Ik kan dus geen uitspraken doen over wat beter geslaagd is: het boek of de serie. Ik heb ook geen behoefte achteraf nog het boek te gaan lezen. Laat mij maar van de serie genieten, met fantastische acteurs!

Waarom deze lange inleiding bij een al wat ouder boek van Corine Kisling? Vanwege het thema, dat nauw verwant is aan dat uit het boek van Herman Groen: het leven in een verzorgingstehuis. Maar met een totaal andere uitwerking. Niets hilarisch aan, maar ook geen kommer en kwel. Ook in dit tehuis woont iemand die op eigenzinnige wijze probeert er nog wat van te maken en een directie die niet geheel functioneert zoals zou moeten. Wezenlijk anders zijn de aandacht voor de levensgeschiedenis van een van de hoofdpersonen, de rake, filosofische opmerkingen van een andere en het contact tussen jong en oud. Plus een vleugje mysterie, iets waar Corine Kisling graag mee speelt.

Het boek verscheen oorspronkelijk in 1994. Uiteraard bestaat het verzorgingstehuis van toen niet meer. Jana Kardoen is al 92 jaar, maar ze woont nog in haar eigen appartement in de laagbouw bij een flatgebouw met 5 verdiepingen waar de meeste (verwarde) bejaarden op gesloten afdelingen verblijven. Ook Olivier Cirkel (88) woont beneden, terwijl zijn vrouw Margot op de vijfde verdieping van "Het Tolhuis" verblijft. Of "Dolhuis", zoals hij zegt. Olivier en Janna trekken veel samen op en vragen zich af wie bepaalt of iemand naar wat zij noemen De Engelenbak, verhuizen moet. Meestal sterft de betreffende persoon daar binnen afzienbare tijd. Het zal toch niet zo zijn dat er daarbij een handje geholpen wordt? Zeker nu Margot daar ligt, maakt Meneer Cirkel (zoals Jana hem blijft noemen) zich grote zorgen.

Maar het verhaal gaat dieper dan de gebeurtenissen in het verzorgingstehuis. Stukje bij beetje komen we te weten hoe het leven van Jana verlopen is, van het moment waarop ze als veertienjarig meisje in dienst kwam van de Hama's: het gezin van een jeugdvriend van haar vader. Vanaf die dag heeft de familie haar leven bepaald en is haar eigen verhaal naar de achtergrond gedrongen. Nu, bijna tachtig jaar later vullen de Hama's nog steeds haar leven en duiken ze op in elke herinnering: flashbacks, die door een foto, een woord, een geur kunnen worden opgeroepen en niet altijd even welkom zijn. 

Ook in dit verzorgingstehuis zijn rare regels, zit de gemeenschapsruimte vol mopperende en zich vreemd gedragende medebewoners en worden de ouderen die nog helder van geest zijn, als onmondige kinderen behandeld. Maar Jana slaat zich er wel doorheen, helpt waar ze kan bij de verzorging van twee oude dames, waarover je je af gaat vragen welke band ze daarmee heeft. Meneer Cirkel brengt wat leven in de brouwerij en laat haar door zijn relativerende, cynische en filosofische opmerkingen glimlachen.

'Vrijheid is een vreemd begrip', zegt Cirkel. Het groeit of krimpt mee met het leven. Past zich aan in grandeur en décadence. Het ene moment is de wereld je huiskamer, het volgende moment is je huiskamer je wereld. Eerst beslis je nog over leven en dood, en dan word je beknibbeld op de klontjes suiker. Het lijkt hier wel Madurodam. Een mens heeft toch op z'n minst twee behoorlijke kamers nodig om zich een beetje thuis te kunnen voelen."

Op zijn initiatief organiseren de bewoners een feestelijke fancy-fair. Boris, een kleinzoon van één van de Hama's, zal er met zijn vrienden een film over maken. En meteen over het leven in een verzorgingstehuis: tot en met het lot van de bewoners op de bovenste verdieping. Het feest krijgt echter een grimmig einde, als Margot juist op die dag overlijdt.

Langzaam maar zeker vallen de puzzelstukjes uit Jana's verleden op zijn plaats en komen ook de herinneringen die ze liever verdrong, naar boven. Als ze de film ziet die Boris er met zijn vrienden van gemaakt heeft, begrijpt ze pas echt, met pijn in haar hart, hoezeer haar hele leven door de Hama's is bepaald. 

"Weer bepaalt het bloed van de Hama's haar leven op een beslissend moment. Tweeënnegentig is ze geworden, alleen maar om te constateren dat ze nooit van die familie zal loskomen sinds ze verkocht is onder een appelboom."

Een totaal ander boek dus dan het dagboek van Hendrik Groen. Wel een verzorgingstehuis, maar geen hilarische toestanden. Met een spannend verhaal over een bijzondere levensgeschiedenis en de mysteries die daarbij stukje bij beetje ontrafeld worden. Met milde humor en een relativerende kijk op de ouderdom. Voor mij is het geslaagd. En na 23 jaar nog steeds heel leesbaar.

Het boek zelf is alleen nog tweedehands te koop of als e-book. Maar ook bij de bibliotheek te leen als papieren exemplaar of als e-book.

Corine Kisling - De Engelenbak. Amsterdam, De Arbeiderspers, 1994. (Oorspr. ISBN: 90-295-2595-9)  E-book: 9789029577007, april 2011.

© Jannie Trouwborst, november 2017.